No more

Met de verhuizing komt er op school- en zorggebied weer veel kijken. In ons gezin is het niet zo dat de kinderen gewoon de overstap kunnen maken naar de plaatselijke dorpsschool. Ook niet erg, aangezien ze heel erg op hun plek zitten en ik iedere kilometer die ik rij en elk gesprek dat ik voer daar heel graag voor over heb. Daarnaast ervaar ik ook heel veel enthousiasme en betrokkenheid bij iedereen die ik spreek. Voelbaar is dat ze oprecht het belang van mijn kinderen voorop hebben staan en heus wel buiten de kaders willen kijken. Op geen enkele manier voel ik mij een nummer of een klagende ouder. Dat is heel, heel, heel fijn.
Dat neemt niet weg dat het altijd eenvoudig is om weer glimlachend aan tafel te schuiven. Weer opnieuw het hele verhaal te doen, opnieuw te kijken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, opnieuw meer vragen dan antwoorden te krijgen. Ook begin ik niet iedere rit naar school fris en fruitig en kijk ik soms met een voelbaar verlangen naar de kinderen die lopend naar school gaan.
Ik ben zo ontzettend dankbaar voor alles wat we krijgen en hebben. Dat kan ik bijna niet beschrijven. Toch merk ik dat ik, om die dankbaarheid werkelijk binnen te kunnen laten komen, ik ook woorden moet geven aan de keerzijde: de vermoeidheid, een stukje gemis, de lat die ik voor mezelf zo enorm hoog leg dat ik nooit aan mijn eigen perfectionisme kan voldoen. En dit verwoord ik niet alleen voor mezelf, maar omdat ik weet dat iedereen er op zijn of haar eigen manier mee te maken heeft, krijgt of mee heeft gekregen. Even stilstaan bij de prijs die we soms moeten betalen, ook al is het de prijs meer dan waard. Misschien wel juist dan. Onszelf even op waarde schatten, onszelf de moeite waard vinden om bij stil te staan. Niet dat mooie masker, maar het complete plaatje.

En zo denk ik glimlachend aan de tekst die ik iedere zaterdagochtend om 8.00 uur zie, wanneer ik de oudste naar schaatsles breng: “fijn dat je er bent”.